MBO Burgerschap · portfolio-taak

Jouw schooladvies en burgerschap

Over selectie, gelijke kansen en de route door het onderwijs

Gedaan
0% Automatisch bewaard

Waar deze les over gaat

Rond je elfde krijg je in Nederland een advies voor de middelbare school. Dat advies heeft invloed op het niveau waarop je je schoolcarrière vervolgt en kan jarenlang doorwerken: met wie je naar school gaat, welk netwerk je opbouwt, welke vervolgopleidingen binnen bereik komen en uiteindelijk ook welke kansen je krijgt op de arbeidsmarkt.

Die beslissing neem je niet alleen zelf. Het schooladvies wordt gegeven binnen een onderwijssysteem dat we als samenleving hebben ingericht en waar ieder kind in Nederland zich toe moet verhouden. Juist daarom is de manier waarop we het schooladvies organiseren een burgerschapsvraagstuk: het gaat over hoe we als samenleving omgaan met vrijheid, kansen, verschillen tussen mensen en gezamenlijke regels.

Hoeveel invloed moet je zelf hebben op je route? Hebben kinderen met vergelijkbare talenten ook vergelijkbare kansen? Moeten we rekening houden met verschillen thuis? En hoeveel leggen we vast in regels om te voorkomen dat het oordeel van één persoon te bepalend wordt?

In deze les onderzoek je die vragen door eerst naar je eigen schoolloopbaan te kijken. Welke route heb jij afgelegd en welke invloed heeft het advies uit groep 8 daarop gehad? Daarna kijk je naar het grotere plaatje: werkt de manier waarop we kinderen een schooladvies geven volgens jou goed, of zou er iets moeten veranderen? Aan het eind bepaal je wat jij daarvan vindt en leg je uit waarom.

Een film en een verhaal

Allebei laten ze zien wat een schooladvies met iemand doet.

In deze documentaire kijken jongeren en volwassenen terug op het advies dat zij kregen. Kijk de eerste vijf minuten, tot 5:05. De speler stopt daar vanzelf.

Het schooladvies · 3LAB, NPO 3 · kijk tot 5:05 · openen op YouTube

Video · Het schooladvies (3LAB, NPO 3) — kijk tot 5:05
youtube.com/watch?v=9ER2wQEYNus — te bekijken via de opdracht in Canvas.

Iemand in de film zegt iets over zijn advies dat je bijblijft. Welke uitspraak was dat, en waarom bleef die hangen?

In de film klinkt vooral de kant van de leerling. Dit portret zet daar iemand naast die zo'n advies moet schrijven.

Portret · de overstap

"Vmbo basis vanwege mijn ouders?"

Soraya (20) kreeg in groep 8 een advies voor vmbo basis, terwijl haar eindtoets een paar maanden later uitkwam op vmbo theoretisch. Acht jaar later zit ze in haar laatste jaar op niveau 4 van het mbo. Via basis, via niveau 2.

Ze weet nog hoe de juf het bracht. Niet onaardig, eerder bezorgd. "Ze zei dat ik zo rustig was, en dat mijn ouders thuis geen Nederlands spreken. Dat het anders misschien te snel zou gaan en dat ik dan zou afstromen. Dat wilde ze me besparen."

Thuis werd er niet over gediscussieerd. Haar ouders wisten niet dat je een advies kon aanvechten. "Mijn vader zei: de juf ziet haar elke dag. Dus toen was het klaar."

Het advies had meteen gevolgen. De school waar haar vriendinnen heen gingen had geen basis, dus werd ze ingeschreven aan de andere kant van de stad. Daar kende ze niemand.

Toen de toets kwam, heb ik het thuis op tafel gelegd: kijk, ik kan het wel. Maar ik was al ingeschreven. Ik dacht toen echt: ben ik nou gewoon minder slim, en zegt die toets iets wat niet klopt? Soraya (20), student mbo niveau 4

Op het vmbo ging het makkelijk. Te makkelijk, vindt ze zelf: ze heeft er vier jaar lang nooit huiswerk voor hoeven maken. Met een basisdiploma kwam ze het mbo binnen op niveau 2, en van daaruit stapte ze door naar niveau 4.

"Ik heb nergens gefaald, ik heb elk diploma in één keer gehaald. Alleen heb ik er wel twee keer opnieuw beginnen voor nodig gehad. En er is iets over mij besloten wat niet over school ging."

"Ik wilde geen kind kapotmaken"

Ineke van D. (58) geeft al 25 jaar les aan groep 8 en heeft honderden adviezen geschreven. Ze herkent het verhaal, en ze wordt er ongemakkelijk van.

"Iedereen denkt dat wij een cijfer omzetten in een letter. Zo werkt het niet. Ik kijk naar acht jaar: hoe iemand doorzet als het moeilijk wordt, of iemand vragen durft te stellen, of het thuis lukt om huiswerk te maken. Een kind dat elke dag onderuitgaat en na twee jaar afstroomt, dat is ook een beschadigd kind."

Tegelijk geeft ze toe dat het misgaat. "Als ik heel eerlijk ben: ik heb weleens lager geadviseerd omdat ik dacht dat een kind thuis geen steun kreeg. Achteraf denk ik: wie ben ik om dat te weten? Ik heb dat gezin twee keer gezien."

De regels zijn sindsdien veranderd. Sinds een paar jaar moet een school het advies naar boven bijstellen als de toets hoger uitvalt. Bij Soraya bestond die verplichting nog niet.

Dit portret is samengesteld voor deze les. De situaties komen uit onderzoek en uit gesprekken met studenten en leraren; Soraya en Ineke zijn geen bestaande personen.

De juf zegt dat ze een kind wilde beschermen. Wat begrijp je van haar redenering, en wat had er volgens jou anders gekund?

K

Kennis — wat het onderzoek laat zien

Wat je tot nu toe hebt gelezen zijn verhalen van mensen. Nu ga je kijken wat er bekend is over alle leerlingen samen.

Individueel

Je verdiept je nu in het onderwerp. Hieronder staan vier onderzoeken naar schooladviezen: wat er gebeurt bij het advies, wat per school of gemeente verschilt, en wat er verandert als de regels veranderen. Lees ze alle vier. Kies daarna één onderzoek en beantwoord de twee vragen die daarbij horen.

Dit is de kennis waarmee je straks je advies aan de minister kunt onderbouwen. Een mening die op cijfers rust, weegt zwaarder dan een mening zonder.

I

Veranderbaarheid — het is eerder anders geweest

Individueel

Dat je op je twaalfde een advies krijgt en daarmee naar een school gaat, is een afspraak. Iemand heeft dat zo bedacht en in een wet opgeschreven. Honderd jaar geleden ging het heel anders: of je doorleerde, hing vooral af van wat je ouders konden betalen. Daar keek toen bijna niemand van op.

Dat het nu anders gaat, is niet vanzelf gegaan. Er waren steeds mensen die vonden dat het oneerlijk uitpakte, en elke keer duurde het jaren voordat er echt iets veranderde.

Hieronder staan vier van die momenten. Lees per gebeurtenis wat er veranderde en schat in hoelang dat al zo is. Kies daar het jaartal bij dat je het meest waarschijnlijk vindt. Elk jaartal hoort bij precies één gebeurtenis. Pas als alle vier zijn ingevuld, zie je hoe het zat.

Hoe komt zo'n verandering tot stand?

Kies één van de vier gebeurtenissen, een waar je nieuwsgierig naar bent, en zoek online uit hoe het zover is gekomen dat dit veranderde. Beantwoord daarna de vragen hieronder.

aWie wilde dit? Soms is het één persoon die begint. Soms een groep die er last van had: ouders, leerlingen, leraren. Soms onderzoekers die met cijfers kwamen. En ergens op de weg komt er een politieke partij of een minister bij.

bWat hebben zij gedaan? Onderzoek publiceren, actievoeren, aandringen bij Kamerleden, jarenlang blijven vragen?

cHoe lang duurde het? Van het eerste moment dat iemand er iets van vond tot het moment dat het geregeld was.

dWaar heb je dit gevonden? Noem de website, het artikel of de pagina.

E

Ervaring — jouw eigen route

Individueel

Nu ga je kijken hoe het bij jou is gegaan. Welk advies kreeg je, waar ben je uitgekomen, en hoe kijk je daar nu op terug? Dat is het derde dat je nodig hebt om straks een advies te schrijven waar iets achter zit.

Vul in wat op jou van toepassing is. Weet je het niet meer precies, kies dan wat er het dichtst bij komt.

1Wie hielp jou in die tijd? Je ouders, een broer of zus, een docent, iemand uit de buurt — of moest je het vooral zelf uitzoeken? Wat maakte dat uit?

2Denk je terugkijkend dat je toen het juiste advies kreeg? Of had je liever iets anders gekregen — hoger, lager, of gewoon later?

E

Jouw kijk op het schooladvies

De een vindt dat je zelf moet kunnen bepalen welke kant je op gaat. De ander vindt dat kinderen die evenveel kunnen ook dezelfde kansen horen te krijgen. Weer een ander let op wie extra hulp nodig heeft, of op de vraag of de regels voor iedereen hetzelfde uitpakken.

Eerst samen bespreken · daarna zelf kiezen

Deze stellingen kun je eerst met elkaar bespreken. Kies daarna zelf. Er is geen goed antwoord; het gaat erom wat jij ervan vindt.

1 = helemaal oneens  ·  3 = neutraal  ·  5 = helemaal eens

Vul alle acht de stellingen in. Daarna zie je hier hoe jouw antwoorden verdeeld lagen over de vier basiswaarden.

De manier van kijken die bij jou het hoogst uitkwam

Vul eerst de acht stellingen in; daarna staat hier welke manier van kijken bij jou bovenaan staat.

Individueel

Zodra de acht stellingen zijn ingevuld, staat hier de manier van kijken die bij jou onderaan staat.

De basiswaarden achter de stellingen

Elke stelling hoorde bij één basiswaarde. Onder elke stelling staat om welke het ging. Tel je twee scores per waarde bij elkaar op. Let op: bij stelling 5 en 7 telt oneens juist mee voor de waarde.

De ondernemer · vrijheid

Eén advies op je twaalfde is niet je hele leven. Je kunt stapelen, doorstromen, van richting veranderen. En een school hoort niet te bepalen wat jij aankunt op grond van hoe het bij jou thuis gaat. Sterk: niemand wordt vastgezet op wat een ander ooit in hem zag.

Belangrijke waarden: vrijheid, autonomie, zelf keuzes maken.

De activist · gelijkwaardigheid

Het gaat hier om gelijke kansen, en die zijn er niet. Bij dezelfde toetsscore krijgt het ene kind een lager advies dan het andere, en dat hangt samen met wie zijn ouders zijn. Dat is geen ongelukje maar een patroon. Sterk: er wordt gekeken voor wie het systeem goed uitpakt.

Belangrijke waarden: gelijkwaardigheid, rechtvaardigheid, kritisch kijken naar het systeem.

De bemiddelaar · solidariteit

Wie het thuis zwaarder heeft, hoort er iets bij te krijgen. En als kinderen vanaf hun twaalfde in aparte gebouwen zitten, wie kent elkaar dan nog? Sterk: er wordt bijgehouden of iedereen nog meekomt.

Belangrijke waarden: solidariteit, verantwoordelijkheid voor elkaar, verbinding.

De bewaker · rechtsorde

Er moet ergens een oordeel komen, en daar helpen duidelijke landelijke regels bij. Dan gaat het overal hetzelfde en hangt niemand af van het oordeel van één persoon. Sterk: een stelsel dat werkt gooi je niet zomaar om.

Belangrijke waarden: duidelijke regels, betrouwbaarheid, stabiliteit.

M

Standpunt — moet het schooladvies veranderen?

De minister van Onderwijs denkt erover het schooladvies anders te gaan regelen. Voor ze daarover beslist, wil ze horen van mensen die het zelf hebben meegemaakt.

Individueel

Op het ministerie ligt de vraag of het schooladvies moet blijven zoals het is. Wanneer het advies komt, hoe zwaar de toets telt, wat er gebeurt als die hoger uitvalt: het kan allemaal anders. De minister is er zelf nog niet uit. Scholen zeggen tegen haar dat het systeem werkt, onderzoekers laten zien dat het voor sommige kinderen slecht uitpakt, en zij wil er niet over beslissen zonder de mensen te horen die het zelf hebben meegemaakt. Daarom vraagt ze jou om een brief.

Je hebt je hier nu in verdiept: je weet wat de vier onderzoeken laten zien, je weet dat de regels eerder anders zijn geweest en je hebt je eigen afweging gemaakt. Schrijf op wat jij het beste vindt voor leerlingen die nu in groep 8 zitten, en waarom.

Wat er in je brief moet staan

  • 1. Begin met je advies. Schrijf in je eerste twee zinnen dat de minister het schooladvies wil veranderen, en of ze dat volgens jou moet doen, niet moet doen, of half moet doen.
  • 2. Geef twee argumenten voor jouw advies. Twee redenen waarom dit beter is voor leerlingen die nu in groep 8 zitten.
  • 3. Noem één nadeel van je eigen advies. Elk advies heeft er één. Schrijf op wat iemand die het niet met je eens is hiertegen zou inbrengen, en waarom jij er toch bij blijft.
  • 4. Eindig met één ding dat de minister moet doen. Iets concreets. Bijvoorbeeld: de toets eerder afnemen, het advies pas na de brugklas geven, scholen verplichten het advies altijd bij te stellen, of juist alles laten zoals het is.
Richtlijnen voor een zakelijke brief

Dit is een zakelijke brief. Die heeft een vaste vorm, en die vorm hoort erbij:

  • Een nette aanhef. "Geachte mevrouw De Vries," met een komma erachter.
  • Een korte inleiding. Wie je bent en waarover je schrijft.
  • Alinea's met een witregel ertussen. Elk punt hierboven is ongeveer één alinea. Één lange lap tekst leest niemand.
  • Een afsluiting en je naam. "Met vriendelijke groet," met daaronder je naam en je klas.
  • Geen spreektaal en geen afkortingen. Schrijf zoals je zou praten tegen iemand die je nog niet kent.

Schrijf minimaal 170 woorden. Dat is ongeveer vier korte alinea's: één per punt hierboven.

Wat je hebt gedaan

Dit overzicht laat zien welke blokken af zijn. Het telt mee bij de beoordeling.